Verduidelijken berekeningswijze kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

De berekeningswijze van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) in de inkomstenbelasting voor belastingplichtigen die deel uitmaken van een samenwerkingsverband wordt gewijzigd. In artikel 3.41, lid 1, Wet IB 2001 wordt expliciet tot uitdrukking gebracht dat voor het bepalen van de hoogte van de KIA het investeringsbedrag per onderneming van de belastingplichtige relevant is.

Hieronder 2 voorbeelden:

Ondernemer A en B hebben via hun VOF, waarin zij 50% winstaandeel hebben, € 60.000 geïnvesteerd. Ondernemer A heeft daarnaast ook een eenmanszaak, waarin hij € 40.000 heeft geïnvesteerd. De kleine investeringsaftrek wordt als volgt bepaald:

Totaal geïnvesteerd is € 60.000 + € 40.000 = € 100.000. De investeringsaftrek die hierbij hoort bedraagt € 16.307. Echter, op grond van de voorgestelde wetswijziging wordt de investeringsaftrek als volgt bepaald voor ondernemer A: € 30.000 (50% van € 60.000) + € 40.000 = € 70.000/100.000 x € 16.307 = € 11.415. Ondernemer A heeft dus geen recht op het maximale bedrag van € 16.307 zoals de Hoge Raad had bepaald.

De investeringsaftrek moet dus per onderneming en niet per ondernemer worden berekend. Hieronder een voorbeeld:

Ondernemer A heeft 2 ondernemingen. Een winkel en een beauty salon. In beide ondernemingen heeft hij geinvesteerd. In de winkel € 30.000 en in de salon € 40.000. De investeringsaftrek bedraagt voor de winkel 28% van € 30.000 = € 8.400 en voor de salon € 28% van € 40.000 = € 11.200, totaal € 19.600 aan investeringsaftrek.