WETSVOORSTEL AANPASSING BOX 3

Per 2021 wordt in de inkomstenbelasting het heffingsvrij vermogen in box 3 verhoogd van momenteel € 30.846 naar € 50.000. Voor partners wordt het heffingsvrij vermogen per 1 januari 2021 verhoogd van € 61.692 naar € 100.000. De schijfgrenzen worden opnieuw vastgesteld, waarbij de 2e schijf begint bij een box 3-vermogen van € 100.000 en de 3e schijf bij een vermogen van € 1.000.000. Om dit deels te dekken wordt het belastingtarief in box 3 verhoogd van 30% naar 31%.

De belastinginspecteur moet voortaan het bedrag van de rendementsgrondslag, voor zover deze meer bedraagt dan € 31.340, vaststellen in een voor bezwaar vatbare beschikking die wordt opgenomen op de aanslag IB, ook in gevallen waarbij vermoedelijk geen belasting verschuldigd is. Om deze beschikking te kunnen afgeven, is nodig dat belastingplichtigen met een vermogen van meer dan € 31.430 (per 2021) aangifte IB over box 3 doen, ook al wordt het heffingsvrije vermogen verhoogd tot € 50.000.

Voor binnenlands belastingplichtigen wordt voor de definitie van rendementsgrondslag aangesloten bij artikel 5.3 Wet IB 2001: voor elk van deze belastingplichtigen met een vermogen dat per 2021 meer beloopt dan € 31.340 wordt een beschikking rendementsgrondslag vastgesteld. Voor buitenlands belastingplichtigen wordt niet al bij de aanslag een beschikking rendementsgrondslag gegeven. Het beroep dat zij doen op een inkomensafhankelijke regeling is veel beperkter. Het bedrag aan groene beleggingen dat is vrijgesteld op grond van artikel 5.13 Wet IB 2001, wordt separaat vastgesteld bij voor bezwaar en beroep vatbare beschikking, zowel voor belastingplichtigen met een rendementsgrondslag die meer dan € 31.340 bedraagt, als voor belastingplichtigen met een lagere rendementsgrondslag.